De signalerende functie van de verpleegkundige

U bevindt zich hier: Home | Dossiers | Verzorgenden | De signalerende functie van de verpleegkundige

De signalerende functie van de verpleegkundige

Wendela de Lange, senior verpleegkundige UMC Utrecht: "Als verpleegkundige signaleer ik van alles. Tijdens het verzorgen kom ik spontaan in gesprek met patiënten. De dag bestaat uit tal van momenten waarop gesprekken spontaan kunnen ontstaan. Deze gespreken kunnen ook gaan over de zin van het leven of het ziekzijn en wat dat met zich meebrengt.”

Prikkelen om gedachten ruimte te geven

Wendela de Lange werkt als senior verpleegkundige in het UMC in Utrecht. Ze benadrukt het belang van aandacht voor levensvragen. “Een patiënt die hier net binnenkomt voelt zich verlamd, is zwervend. Geloof of zingevende waarden bieden iemand zekerheid en houvast. Het biedt iemand moed om door te gaan, hoe ziek iemand ook is. Zorg wordt vaak niet vanuit dat perspectief verleend, want de tijd ontbreekt mij als verpleegkundigen om altijd de diepte in te gaan. Ik probeer het wel, door patiënten te prikkelen. Dit doe ik door een vraag te stellen, misschien zet dit de patient aan tot nadenken. Vaak denkt een hele zieke patiënt aan diens toekomst, of wat iemand graag zou willen doen of bereiken in zijn of haar leven. Door een vraag te stellen of een gesprek aan te gaan, krijgen deze gedachten de ruimte. Soms vertelt een patiënt hoe hij zijn leven ziet over een jaar. Gedurende het gesprek merk ik dat iemand zich meer bewust wordt van de essentie, de kern van het leven, juist door erover te kunnen praten.

Opleiding voor herkennen van levensvragen

Eigenlijk zijn wij niet voldoende opgeleid om de levensvragen te herkennen én adequaat daarop in te gaan. Of om door te verwijzen. Een klinische les over dit onderwerp helpt hier wellicht bij. Ik weet dat ik bijvoorbeeld kan zeggen: “Ik merk in uw verhaal dat er dingen spelen, wilt u met de geestelijk verzorger spreken?” Ik doe dat eigenlijk te weinig, die vertaalslag van moment naar verdere hulpverlening gaat lang niet altijd vanzelf.” Wendela hoorde een tijd geleden over de Richtlijn spirituele zorg. Ze hoopt dat het gauw geïntegreerd zal worden in de zorg van het ziekenhuis waar ze werkt. “Zo’n richtlijn, en meer onderwijs, kan ervoor zorgen dat tijdens een gesprek een belletje gaat rinkelen, omdat je het al eerder een keer hebt geoefend of erover hebt gelezen. Dan kunnen levensvragen eerder worden herkend.

Het is niet zo dat ik het te druk heb om met mensen in gesprek te gaan. Tijd in het ziekenhuis is een lastig begrip: als verpleegkundige maak ik de keuze om of lichamelijk te zorgen, of om aandacht te geven aan de levensvragen die uit sommige opmerkingen naar voren komen. Ik moet prioriteiten stellen; aan de hand daarvan leg ik wel of niet de nadruk op een gesprek. Het heeft te maken hoe ik mijn dag in deel, en met bewustwording van het belang van aandacht voor lichaam en geest. Niet alle collega’s stellen dezelfde prioriteiten, dat is ook niet erg: daarvoor ben je een team.”

Dat levensvragen meer aandacht moeten krijgen, staat volgens Wendela buiten kijf. “Veel patiënten vragen waar het heengaat, hoe het verder moet nu ze ziek zijn, waarschijnlijk snel doodgaan zelfs. Zij hebben vragen over zingeving, hebben gedachten over het leven – dit blijkt soms uit hele kleine opmerkingen. Maar die gedachten zijn van grote betekenis over hoe mensen met hun ziekte omgaan, hoe ze het een plek geven. Zingevingsvragen zijn richtinggevend. Als verpleegkundige kan ik er met een patiënt over praten, maar ik kan iemand geen antwoorden geven. Ik luister natuurlijk wel als iemand zijn of haar verhaal vertelt. Maar dit gebeurt alleen bij de mensen met wie ik een band heb opgebouwd, die ik al langer verzorg.

Ziekte biedt kansen

Die band met een patiënt is soms ook confronterend. Door mijn werk denk ik meer over dingen na. Alles heeft een functie, er is een rode draad in het leven - niets gebeurt voor niets. Sommige patiënten vragen zich af waarom hen dit overkomt, ze vinden het oneerlijk dat hen dit gebeurt. Maar ik denk dat ziekte kansen biedt. Van ziekte kan je veel leren, lijden heeft volgens mij tot doel dat iemand in beweging komt. Dat je gaat nadenken over je leven en je wordt geconfronteerd met jezelf en mensen om je heen. Je moet er iets mee. Ziekte kan volgens mij leiden tot nieuwe ontwikkelingen in relaties, iemands houding en karakter. Ik had laatst een gesprek met een jonge patiënte, zij zei: ‘Ik ben blij dat ik ziek ben geworden.’ Zij is een uitzondering, maar volgens mij pakte zij die kans om te leren van haar ziekte.

Veel andere patiënten denken helemaal niet aan die kans. Op deze afdeling komen veel zeer zieke mensen met bijvoorbeeld COPD. Waar zij voorheen konden genieten van een sigaret, zijn ze dit genieten helemaal kwijtgeraakt. De leefwijze voordat ze ziek werden en beperkt werden door hun ziekte moeten ze totaal opgeven, ze zijn vaak erg benauwd. Deze mensen stellen levensvragen op een heel andere manier dan andere patiënten. Zij gaan anders met hun ziekte om. Zij zeggen bijvoorbeeld eerder: ‘Vertel me waarom het zo moet zijn,’ in plaats van meer reflecterende vragen over de zin van de ziekte. Maar dat levensvragen spelen bij iedereen – ongeacht geloof, sociaal economische status of leeftijd, is een feit.”


De Richtlijn spirituele zorg (externe link) is in de eerste plaats geschreven voor artsen en verpleegkundigen, zonder zorgverleners van andere disciplines en vrijwilligers te willen buitensluiten. Wie zich om het lichamelijk en psychosociaal welzijn van patiënten bekommert zal immers ook weet moeten hebben van de existentiële vragen die daarmee gepaard gaan. Voor het bepalen van de juiste zorg en behandeling is het belangrijk om te weten wat voor mensen van betekenis is en wat voor hen het leven zin geeft.De richtlijn biedt in de eerste plaats een handreiking om onderscheid te kunnen maken tussen: (A) situaties waarin volstaan kan worden met alledaagse aandacht voor levensvragen in de zorg, (B) situaties waar patiënten behoefte aan begeleiding hebben op het terrein van levensvragen of een normale worsteling doormaken waarbij begeleiding door een deskundige toegevoegde waarde kan hebben, en (C) situaties waar de worsteling met levensvragen tot een existentiële crisis leidt die vraagt om een crisisinterventie door een geestelijk verzorger, medisch maatschappelijk werker of psycholoog. In de tweede plaats worden handvatten gegeven om in deze te onderscheiden situaties goede zorg te bieden. (Bron: Richtlijn spirituele zorg, 2010)


Facebook Twitter LinkedIn Maak pdf